← Înapoi la Urmăritori

Cel mai recent articol

Ultima verificare

Urmăritori 0 urmăritori
Articole: 202
  1. Hoe vervoeg je het werkwoord daten: is het zij date of zij datet?

  2. Wat is juist: in de vergetelheid of in de vergetenheid raken?

  3. Wat is juist: NS of de NS?

  4. Wanneer krijgt een woord een hoofdletter?

  5. Waar zet je aanhalingstekens bij een citaat van meerdere alinea’s?

  6. Taalnorm

    Wat betekent de term taalnorm?

  7. Wanneer zet je een streepje?

  8. Wat is goed: Jan en alleman of jan en alleman?

  9. Wat is het voltooid deelwoord van updaten: geüpdate of geüpdatet?

  10. Wat is juist: gestofzuigd of stofgezogen?

  11. Wat is juist: gezwaardvecht of zwaardgevochten?

  12. Naar werk / naar het werk

    Wat is juist: naar werk of naar het werk?

  13. Dat / die is mijn fiets

    Is ‘Dat is mijn fiets’ een goede zin?

  14. Je zult / je zal

    Wat is goed: ‘Je zult wel moe zijn’ of ‘Je zal wel moe zijn’?

  15. Donorprincipe

    Wat is het donorprincipe?

  16. Is het Café de Posthoorn of Café De Posthoorn?

  17. Is het Café Vredenburg of café Vredenburg?

  18. AI / ai, KI / ki

    Wat is juist: AI of ai, KI of ki?

  19. Wat is juist: ‘Vier op de vijf leerlingen is geslaagd’ of ‘Vier op de vijf leerlingen zijn geslaagd’?

  20. Wat is juist: ‘Twee van de drie jongeren sport wekelijks’ of ‘Twee van de drie jongeren sporten wekelijks’?

  21. HEMA / Hema

    Wat is juist: HEMA of Hema?

  22. Chocolaatje / chocolaadje

    Wat is goed: chocolaatje of chocolaadje?

  23. Hoe schrijf je de verkleinvorm van oma?

  24. Wat is juist: projectmanager of project manager?

  25. Pas net: dubbelop?

    Is ‘We zijn pas net begonnen’ een goede zin, of is pas net dubbelop?

  26. Hoe vervoeg je appen en whatsappen?

  27. Non-binair

    Wat betekent non-binair?

  28. Is ‘Honing is lekker, omdat het zoet is’ een goede zin?

  29. COVID / Covid / covid

    Wat is juist: COVID, Covid of covid?

  30. Het voorzetsel op

    Hoe gebruik je het voorzetsel op?

  31. Het voorzetsel in

    Hoe gebruik je het voorzetsel in?

  32. Is het ‘Op straat spelen kinderen’ of ‘Op straat spelen er kinderen’?

  33. Wat is juist: ‘Hoe heeft dit kunnen gebeuren’ of ‘Hoe is dit kunnen gebeuren’?

  34. Is er verplicht of niet in de zin: ‘Nu is (er) sprake van winst’?

  35. Wat is goed: ‘Er wordt aan de plannen gewerkt’ of ‘Er worden aan de plannen gewerkt’?

  36. Wanneer gebruik je er?

  37. Er: wel of geen er?

    Kun je er weglaten in de zin ‘Gelukkig is er hoop’?

  38. Hoe verwijs je naar één persoon zonder specifiek mannelijke of vrouwelijke verwijswoorden te gebruiken?

  39. Stadhuis

    Wat is goed: stadhuis (met een kleine letter) of Stadhuis (met een hoofdletter)?

  40. Sturen / versturen

    Wat is goed: een brief sturen of een brief versturen?

  41. Wat is juist: zich inschrijven op een cursus of zich inschrijven voor een cursus?

  42. Wat is juist: een mooie wollen jas of een wollen mooie jas?

  43. Datumnotatie

    Hoe noteer je een datum: 1/5/2025, 1-5-2025 of 1 mei 2025?

  44. Wat is juist in een rouwadvertentie: ‘onze lieve vrouw, moeder en oma’ of ‘mijn lieve vrouw, moeder en oma’?

  45. Vrij zijn / vrij hebben

    Wat is goed: ‘Ik ben morgen vrij’ of ‘Ik heb morgen vrij’?

  46. Afzeggen: zei / zegde af

    Wat is goed: ‘Ze zegden af voor het feest’ of ‘Ze zeiden af voor het feest’?

  47. Is het ‘in tegenstelling tot ik’ of ‘in tegenstelling tot mij’?

  48. Kiev / Kyjiv / Kyiv

    Wat is juist: Kiev, Kyjiv of Kyiv?

  49. Wat is juist: ‘ergens niet genoeg van krijgen’ of ‘ergens geen genoeg van krijgen’?

  50. Wat is goed: ‘Ik kan er geen peil op trekken’ of ‘Ik kan er geen pijl op trekken’?